Adrien Eugène Maas

Adrien Eugène Maas

Adrien Augène Maas geboren 6 juli 1817 te Rotterdam, zijn vader was Kapitein ter zee en overleed in 1828. De moeder van Maas had in datzelfde jaar een betrekking aanvaard in het Stedelijk Badhuis te Scheveningen om voor haar 11 jarige zoon en haarzelf in haar onderhoud te voorzien. In 1833 pachtte zij het Stedelijk Badhuis, de pacht eindigde omdat er iemand een hogere pachtsom bood. De toen 27-jarige zoon kocht daarop een logement dat hij met succes als badhuis exploiteerde.

In 1854 kocht A.E. Maas 2 bomschuiten en werd dus ook reder. Zijn belangstelling ging uit naar de visserij en hij onderzocht in binnen- en buitenland het gebeuren op het gebied van de visserij. Door de ontmoeting met buitenlanders die gebruik maakten van het Badhuis leerde hij zijn talen goed spreken.

Op 4 juli 1886 overleed Maas te Scheveningen, niet als rijk man met veel schepen. Het was een leven besteed aan de naaste, dat ook veel tegenwerking en teleurstelling heeft gekend.

Zijn begrafenis op woensdag 7 juli 1886 bracht grote rouw op Scheveningen men stond in dubbele rijen langs de kant om hem de laatste eer te bewijzen.

Meer over A.E. Maas kunt u lezen bij de HGVS in de boeken:

  1. Door A.E. Ligthart titel A.E. Maas een groot man in de Nederlandse Visserij. Bijdrage tot de geschiedenis van de logger 1866-1966
  2. Door H. Slechte titel Adrien Eugène Maas De ziener van Scheveningen (1817-1886) no.9 uit Historische reeks Museum Scheveningen.

 

Jacob Pronk

Jacob Pronk

De Scheveninger Jacob Pronk (1762-1838) bouwde een zeebadinrichting, die het begin vormde van het badleven in Scheveningen.

Jacob Pronk speelde een rol bij zowel de vlucht van stadhouder Willem V in 1795 naar Engeland, als bij de terugkomst van diens zoon koning Willem I in 1813. De ondernemende Jacob kreeg in 1818 van koning Willem I een perceel grond om er een badhuis op te bouwen. Door het plaatsen van enige obligaties had Pronk geld voor zijn badhuis bij elkaar gekregen.

Het badhuis bleek een gat in een nieuwe markt. Het liep zo goed dat het Haagse stadsbestuur Jacob Pronk uitkocht. Het pand van badmeester Pronk werd in 1828 afgebroken en er werd een veel groter  Stedelijk Badhuis neergezet,

Meer weten:

  1. www.denhaag.wiki